Het erfgoed van de mobiliteitsgeschiedenis
Welkom op de website van het Nationaal Register Mobiel Erfgoed (NRME). U kunt hier informatie opvragen over het erfgoed van de Nederlandse mobiliteitsgeschiedenis.
Het NRME heeft tot doel overzicht en inzicht te verschaffen; overzicht van wat er zoal aan mobiel erfgoed aanwezig is in ons land en inzicht in de cultuurhistorische waarde daarvan. Het register kan wel gezien worden als een monumentenlijst voor historische vervoermiddelen.
Het Nationaal Register Mobiel Erfgoed is ontwikkeld door de stichting Mobiele Collectie Nederland (MCN), met steun van het Ministerie van OCW.
Zoeken in de collectie
Wilt u gericht zoeken naar beschrijvingen van objecten in het NRME, klik dan op de knop 'Zoeken in de collectie' in het menu links. U kunt zowel in het totale register zoeken als binnen één specifieke mobiel-erfgoedsector. Voor uw gemak zijn enkele keuzemenu's met voorgeprogrammeerde termen voorhanden.
Bladeren in de collectie
Bent u niet gericht op zoek, maar wilt u gewoon maar wat rondkijken, dan kan dat ook. Via de knop 'Bladeren in de collectie', eveneens in het menu links, kunt u per mobiel-erfgoedsector de beschrijvingen van objecten in het NRME bekijken. Het is het raadzaam via het keuzemenu eventuele voorkeuren kenbaar te maken en het aantal resultaten per pagina op 100 in te stellen.
Objectbeschrijving voor het mobiel erfgoed
U ziet bijna 1400 objecten in de sector Railgebonden erfgoed (de helft geregistreerd als Railmonument) en zo'n 1000 objecten in de sector Vliegend erfgoed (bijna 800 voorlopig geregistreerd als Vliegend monument). Deze sectoren zijn daarmee vrijwel geheel in beeld. Er zijn ruim 150 objecten in de sector Rijdend erfgoed, maar aan uitbreiding hiervan wordt hard gewerkt. De sector Water is momenteel helaas nauwelijks toegankelijk. Er zijn twintig objecten uit het Havenmuseum in Rotterdam opgenomen; voor het overige verwijzen we u naar: NRVM@fonv.nl.
Om het mobiel erfgoed als één geheel te kunnen tonen, wordt een uniforme manier van informatieverschaffing gehanteerd, de zogenaamde objectbeschrijving voor het mobiel erfgoed. Volg voor meer informatie over deze wijze van objectbeschrijving deze link.
Nationaal register en nationale inventarisatie
In het register wordt onderscheid gemaakt tussen geregistreerde objecten en geïnventariseerde objecten.
Van de geïnventariseerde objecten weten we in ieder geval dat ze bestaan; ze worden getoond met enige essentiële informatie en, indien voorradig, een foto.
Van de geregistreerde objecten weten we méér. Ze zijn beoordeeld op hun cultuurhistorische waarde of op hun authenticiteit én ze zijn in één van de sectorale registers (water, rail, weg, lucht) opgenomen. Dat wil zeggen dat ze te boek staan als Varend Monument, als Railmonument, als Rijdend Monument of als Vliegend Monument.
We menen er goed aan te doen, naast de geregistreerde objecten ook de geïnventariseerde objecten te tonen, omdat het beeld van het (poetentiële) mobiel erfgoed daarmee completer wordt.
Bij het zoeken of bladeren in het NRME kunt u er voor kiezen alléén geregistreerde objecten, alléén geïnventariseerde objecten of alle objecten in het NRME te zien. Die keuze kunt u maken onder aan het zoekformulier, nadat u eventuele zoekcriteria hebt ingevuld.
Vragen en opmerkingen
Met vragen of opmerkingen over het register kunt u terecht bij: info@mobiel-erfgoed.nl
Colofon
Het Nationaal Register Mobiel Erfgoed is in opdracht van de stichting MCN in de periode 2002 - 2005 vervaardigd door CIME/Stabien (Max Popma) in samenwerking met Cheperu Cultuurtechnologie (Eelco Bruinsma) en VTHP (Eric Vos). Speciale dank voor de medewerking gaat uit naar Dick van den Brink en Michael Zwartelé.
Het Nationaal Register wordt 'gevoed' vanuit de sectorale registers. Deze registers zijn ontwikkeld door of in opdracht van de respectievelijke koepelorganisaties: Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen (FONV), Historisch Railvervoer Nederland (HRN), Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs (FEHAC) en Nationale Federatie Historische Luchtvaart (NFHL).
Het NRME en de sectorale registers konden worden opgezet dankzij subsidies van het Ministerie van OCW, de Mondriaan Stichting en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Onderhoud en verdere ontwikkeling zijn slechts mogelijk door de inzet van een enorme troepenmacht aan vrijwillige, maar enthousiaste en deskundige medewerkers, gecoördineerd en begeleid door de genoemde koepelorganisaties.
|