Nationaal Register Mobiel Erfgoed

DAF_MB200_-_Den_Oudsten_/_GVA_128



REGISTER
Registernummer3.501.047
INLEIDING
 
 Foto: Frank van den Boogert
ObjectaanduidingDAF MB200 - Den Oudsten / GVA 128
Categorie/klasseAutobussen
Soort objectElektrische bus (trolleybus)
TypeStadsbus

Serie

121-130 (eerder genummerd 167-176)

Subserie

Merk

DAF

Model

DAF MB200DKDL600-Kiepe

Uitvoering (1)

Den Oudsten

Uitvoering (2)

Bouwjaar1974
Ontwerper(s)Chassis: DAF (Eindhoven)
Carrosserie: Den Oudsten (Woerden)
Producent(en)Chassis: DAF (Eindhoven)
Motor: EEC (English Electric Company, Groot-Brittannië)
Elektrische installatie: Kiepe (Duitsland)
Carrosserie: Den Oudsten (Woerden)
Gebruiker(s)Gemeente Vervoerbedrijf Arnhem (GVA), Arnhem
Periode gebruik1975 - 1990
Regio gebruikGemeente Arnhem
Opmerkingen inleidingKenteken: 53-45-FB
BESCHRIJVING
FunctiePersonenvervoer (stadsvervoer)
TechniekMotor: elektromotor (90 kW) met 11 rijstanden
Remsysteem: luchtdruk
Capaciteit: 39 zitplaatsen
Maten en gewichten
BouwwijzeStalen chassis met aparte carrosserie, bestaande uit een gelast metalen framewerk, met polyester beplating
Indeling
VormGrote stadsautobus (trolleybus) met instap voor de vooras, uitstapdeur achter de achteras en een onder de vloer geplaatste elektrische installatie. motor. Opbouw volgens toenmalig standaardmodel van Den Oudsten.
Zitplaatsen op dubbele (rechts) en enkele banken (links); bekleding van rode skai.
Huidige kleuren (sinds 1981/1982): lichtblauwe zijkant en raampartij, met donkerblauwe onderzijde en deuren en wit dak. Modern groot GVA-logo en gestileerd gemeentewapen in wit op de zijkant.
Oorspronkelijke kleuren (tot 1981/1982): : donkerblauwe onderzijde en witte raampartij en dak. Tekst "Gemeente Arnhem" en gestileerd gemeentewapen in wit op de zijkant.
Overig, algemeen
Opmerkingen beschrijving
GESCHIEDENIS
GeschiedenisDe trolleybus heeft in Nederland tot op heden maar een beperkte toepassing gevonden. In Groningen reden van 1927 tot 1965 trolleys en in Nijmegen van 1951 tot 1969. Naast deze steden (en een kortstondig proefbedrijf in Rotterdam in 1944) had verder alleen Arnhem dit type bussen. En Arnhem is dan ook de enige stad waar ze vandaag de dag nog steeds rijden. De trolleybus is kenmerkend voor de stad Arnhem en de trolleybussen dragen dan ook het opschrift “Arnhem-Trolleystad".

Al voor de Tweede Wereldoorlog waren er in Arnhem plannen voor een trolleybusbedrijf, maar deze werden pas na de oorlog werkelijkheid. De toenmalige directeur , dhr. Ir. L. van de Honert was zeer geporteerd voor de trolleybus, die hij zag als hét vervoermiddel voor de middelgrote stad. De belangrijkste aanleiding voor de komst van de trolleybus was de complete verwoesting van de tramremise en van vrijwel al het trammaterieel tijdens de oorlogshandelingen in september 1944 Voor het nieuwe trolleybedrijf bouwde Verheul in 1949/1950 een eerste serie van 36 trolleys, waarna er in de jaren daarna successievelijk steeds nieuwe series in dienst werden gesteld. Parallel daaraan stak met enige regelmatig echter ook de politieke discussie de kop op of Arnhem wel trolleybuslijnen zou moeten houden of dat deze vervangen zouden moeten worden door een exploitatie met dieselbussen.

Zo ook in 1973, toen wederom een beslissing moest worden genomen over de toekomst van de trolley. Het trolleywagenpark had op dat moment een dieptepunt bereikt, want het bestond nog slechts uit 24 wagens. Een goede dienstuitvoering was daarmee niet mogelijk en daarom werd, vooruitlopend op bovengenoemde beslissing, toestemming aan het GVA gegeven om vijf nieuwe trolleys te kopen, later aangevuld met nogmaals vijf stuks. Na de in de jaren vijftig en zestig geleverde trolleybussen van de merken BUT en Leyland, werden met de komst van deze tien nieuwe wagens (de serie 167-176) in 1974/75, in Arnhem voor het eerst trolleys van het merk DAF geïntroduceerd. Daarmee sloot men aan op de toenmalige standaardisatie in met name het streekvervoer. Het chassis was van het bekende type DAF MB200, maar de plaats van de DAF-dieselmotor was ingenomen door een elektrische tractiemotor. Hiervoor waren gereviseerde motoren van het merk EEC gebruikt, afkomstig uit oude, inmiddels afgevoerde trolleys. Hierdoor werd de aanschafprijs enigszins gedrukt. De verdere elektrische installatie was van het Duitse merk Kiepe. Extra accu's zorgden er bovendien voor dat in noodgevallen een DAF-trolley ongeveer een kilometer op eigen kracht kon afleggen, zonder bovenleiding.

De carrosserie van de DAFs was gebouwd door Den Oudsten, volgens haar beproefde standaardconcept. Zij het dat de deurindeling enigszins afweek: in Arnhem was het door de gemeenteraad namelijk voorgeschreven dat nieuw te leveren stadsbussen voorzien moesten zijn van een uitstapdeur áchter de achteras. De historische reden hiervoor was een ongeval met dodelijke afloop, waarbij een uitstappende passagier bij het wegrijden van de bus terechtkwam onder de achteras. Sinds die tijd was een middendeur in nieuwe gemeentelijke bussen taboe. Trolley 174, de latere 128, werd op 22 oktober afgeleverd in Arnhem, maar kon pas in maart 1975 in dienst worden gesteld. De reden hiervan was de vertraging bij de aflevering van de elektrische installatie door Kiepe.

Bij de gehele serie werd in 1976 de aandrijflijn aangepast en in 1981/1982 kregen alle DAF trolleys een nieuw kleurenschema, met donker- en lichtblauw. Bij deze verbouwing vervielen de klassieke "retrievers", een installatie die bij een ontsporing van de trolleystang deze snel naar beneden trekt. In verband met de komst van nieuwe trolleybussen (de serie B7900-trolleys) werden de 167-176 begin 1986 vernummerd in 121-130, waarbij de 174 dus het nieuwe nummer 128 kreeg. Langzamerhand kwam voor deze wagens echter al het einde in zicht. Een aantal van hen werd in de zomer van 1990 buiten dienst gesteld en (wegens plaatsgebrek in de Arnhemse garage) opgeslagen in de garage van de GSM in Bemmel. In oktober van datzelfde jaar werd trolley 128 uitverkoren als museumbus en overgedragen aan het toenmalige DAF-museum in Glanerbrug. Allerlei perikelen rond de opheffing, naamswijziging en verplaatsing van dit museum resulteerden er in dat de 128 in 1999 in de buitenlucht werd opgeslagen in Geldrop. Nog in datzelfde jaar ging hij echter terug naar Arnhem om daar een volwaardig plekje als museumtrolley te krijgen. Zo stond de 128 opgesteld in park Sonsbeek bij de tentoonstelling 50 jaar trolley, in september 1999. In 2003 werd de 128 opgenomen in de collectie van de SVA.
Opmerkingen geschiedenis
ILLUSTRATIES
Additioneel beeld 1
Seriegenoot 176 (foto: Paul van Onzen)
Additioneel beeld 2Niet ingevoerd
Opmerkingen illustraties
MEER INFORMATIE
Informatie bij/viaStichting Veteraan Autobussen
Bronnen* M. Wallast:
- Autobussen in Nederland (Rijswijk, 1987)
- DAF ... van verleden tot heden ... (Hazerswoude, 1983)
- AF trucks (Hazerswoude, 1990)
* A. Slager (red.): Den Oudsten 50 jaar (Woerden, 1976)
* P. van der Meer: De Gele Rijders, de standaardstreekbussen in Nederland, bouwjaar 1967-1988 (Alkmaar, 2004)
* G. Aberson: 25 jaar trolley in Arnhem / 25 Years of Arnhem Trolleybuses (Reading, 1974)
* J. Buurman: Trolleys in Arnhem (Zutphen, 1986)
* P.C.G.F. van Onzen:
- Arnhem Trolleystad: beknopte geschiedenis 1945-1984 (Arnhem, 1984)
- GETA/GVA: wagenpark tram en bus 1911-1991 (Arnhem, 1991)
- De Arnhemse museumtrolleybussen (in tijdschrift "De Veteraanbus", jaargang 2001, nummer 133)
- Trolleyberichten Special Arnhem: Leyland en DAF-trolleys (Arnhem, 2008)
* F. Bosman:
- Langs gouden draden, t.g.v. 50 jaar Trolley in Arnhem (Arnhem, 1999)
- Tussen Arnhemse Lijnen (Bilthoven, 2009)
Externe linksStichting Veteraan Autobussen

De Nederlandse Standaard Streekbus (door John Veerkamp)
Opmerkingen informatie
HUIDIGE EIGENDOM
Soort eigendomBehoudsorganisatie
Naam organisatieStichting Veteraan Autobussen (SVA)
Inventarisnummer collectie
Opmerkingen eigendom
WAARDESTELLING
Cultuurhistorische waarde
StatusC
MotivatieCulturele biografie

Historische context
Het tramnet van Arnhem was in de oorlog ernstig beschadigd geraakt en men besloot het niet meer te herbouwen. Met behulp van wederopbouwgelden werd daarvoor in de plaats een trolleybusnet opgezet. Vanzelfsprekend werden op de minder belangrijke lijnen benzine- en dieselbussen ingezet. In de jaren na de oorlog verwachtte men veel van de trolleybus, in diverse landen werden trolleybusnetten aangelegd of uitgebreid. Deze verwachtingen zijn veelal niet uitgekomen, de niet-geldelijke voordelen (geen uitlaatgassen, geen lawaai, meer comfort) waren moeilijk af te wegen tegen de geldelijke nadelen (duur bovenleidingnet nodig). Veel van die trolleynetten verdwenen weer na één of twee generaties bussen.
In 1949/50 werden voor het Arnhemse trolleybusnet 36 trolleybussen geleverd, serie 101 – 136, in 1955/56 aangevuld met nog 7 stuks grotendeels overeenkomstige wagens, serie 137 – 143. In 1973 waren deze bussen dus tussen de 17 en 24 jaar oud en bovendien was hun inzetbare totaal tot 24 stuks afgenomen. Groningen had zijn trolleybusbedrijf in 1965 opgeheven en Nijmegen in 1969. Ook in Arnhem speelde de vraag: doorgaan met de trolleybus of niet? Er werd geen echte keuze gemaakt, maar 24 bussen waren niet voldoende, dus besloot men een bestelling van vijf stuks te doen, later aangevuld met nog vijf, de serie 167 – 176, die in 1974/75 werd geleverd. Deze gang van zaken tekent de gevolgen als er ook politieke overwegingen een rol spelen bij de materieelaanschaf. De materieelpositie bleef dus krap en het probleem zou onvermijdelijk terugkomen. Dat gebeurde in 1980 toen besloten werd een proefserie van 3, later 4 nieuwe bussen aan te schaffen die uiteindelijk resulteerde in een serie van 41 bussen. Men had inmiddels besloten met de trolleybus door te gaan.

Type
De GVA 128 was van het type DAF MB200 - Den Oudsten, een uitvoering die heel veel in het streekvervoer werd gebruikt, maar weinig in het stadsvervoer.
De bus heeft de instap voor de vooras en de uitstap achter het rechter achterwiel. Het voordeel hiervan is, naast meer veiligheid voor de uitstappende passagiers, de betere doorstroming en vulling van de reizigers die men er mee verkrijgt. Daartegenover heeft een middenuitstap als voordeel dat de reizigers van twee kanten tegelijk bij de deur kunnen komen, maar als nadeel dat men slecht naar achteren doorloopt. Arnhem koos dus voor de deur achterin. De oudste trolleybussen hadden wel de uitstapdeuren in het midden van de wagen.

Object
De GVA 128 heeft oorspronkelijk het nummer 174 gedragen daar de serie werd vernummerd van 167–176 in 121–130.

Object als erfgoed
Het object is na zijn werkzame leven direct tot museumbus bestemd. Behoudens de normale vervangingen tijdens het gebruik is de wagen authentiek. De serie is door zijn geringe aantal (10) niet bepalend geweest voor het Arnhemse stadsvervoer.

Representatiewaarde

Schakelwaarde

De 128 representeert een organisatorische schakel in het Arnhemse stadsvervoer. De toenmalige directeur (de heer Vogel) zag meer in samenwerking met de streekvervoerbedrijven dan in samenwerking met de acht andere gemeentelijke vervoerbedrijven, waar hij geen aanrakingspunten mee voelde. Vandaar de keuze voor een type bus dat veel in het streekvervoer werd gebruikt. Later is het bedrijf gefuseerd met de Gelderse Streekvervoer Maatschappij.

IJkwaarde

Er zijn slechts 10 van deze bussen in Arnhem geweest, de ijkwaarde is gering. Van hetzelfde model (maar dan doorgaans met middenuitstapdeur) zijn er in het streekvervoer zeer veel geweest.

Symboolwaarde

De bus symboliseert de overgang van het eigen stadsvervoerbedrijf naar een onderdeel van een streekvervoerbedrijf. De achtergrond hiervan moet worden gezocht in de veranderingen in de organisatorische en politieke omstandigheden.

Zeldzaamheid

De 128 is als trolleybus van het type DAF MB200-Den Oudsten zeldzaam, er bestaat er nog één van.

Staat van het object

Het object bevindt zich niet dienstvaardige staat (stand 2011).

Ensemblewaarde

Niet van toepassing.

Presentatiepotentieel

Het presentatiepotentieel is beperkt. De bus kan uiteraard alleen in Arnhem rijden en hij is niet bijzonder afwijkend van de andere bussen met soortgelijk model.

Cultuurhistorische waarde

De kleine serie van 10 wagens is niet beeldbepalend geweest voor het trolleybusvervoer in Arnhem. De bus vertegenwoordigt ook geen overgang in een technische ontwikkeling. Wel representeert hij de overgang van stedelijk vervoerbedrijf naar de positie van onderdeel van een streekvervoerbedrijf. Het gewicht hiervan is echter niet zodanig dat dit een verhoogde status rechtvaardigt.

Waardering doorCommissie
Opmerkingen
Authenticiteit
Status
Motivatie
Waardering doorCommissie
Opmerkingen
MCN - CIME
Sluiten en terug naar zoekresultaten NRME Home Mobiele Collectie Nederland