Nationaal Register Railmonumenten



GVBA 1 (301, GTU 75)

INLEIDING
 
ObjectaanduidingGVBA 1 (301, GTU 75)
Categorie/klasseLokale tram
Soort objectElektrisch motorrijtuig
TypeUtrechtenaren
1-12 (GTU 67-78)
Bouwjaar1927
Ontwerper(s)Werkspoor
Producent(en)Werkspoor en AEG
Zuilen en Berlijn
Nederland en Duitsland
Gebruiker(s)Gemeente Tram Utrecht (GTU)
Gemeente Tram Amsterdam (GTr)
Gemeente Vervoer Bedrijf Amterdam (GVB)
Periode oorspronkelijk gebruik1927-1961
Regio oorspronkelijk gebruikSteden Utrecht en Amsterdam
GeschiedenisZoals ook omschreven in het waardestellend kader voor de GVB-motorwagen 1236 heeft het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf (GVB) 1960 en '61 twee motorwagens voor museumdoeleinden bewaard, de 1236 en de ex-Utrechtse 301. Beide wagens reden in 1960 respectievelijk 1961 voor het laatst. De 301 is destijds opgeslagen in de toestand zoals de wagen op het laatst nog in dienst was. Om te voorkomen dat de wagen nog zou rijden, zijn door het GVB de motoren verwijderd.

De wagen is de enige tram van de Utrechtse Gemeentetram die bewaard is gebleven. Daarmee is het vanzelfsprekend ook de enige bewaarde wagen van de Amsterdamse 'Utrechtenaren' die daar van 1939 tot in 1961 als tweedehands trams gereden hebben.

De wagen behoort tot de laatst gebouwde Utrechtse stadstrams, en tevens de eerste echt grote trams voor Utrecht. Samen met de in 1929 en '30 voor Amsterdam gebouwde Blauwe wagens zijn deze in 1927 geleverde tramwagens de laatste 'ouderwetse' relatief goedkope stadstrams voor een Nederlands trambedrijf en daarmee de afsluiting van een constructief tijdperk.
De komst van deze trams maakte in Utrecht een rationalisatie van de exploitatie mogelijk. Vanaf 1939 in Amsterdam sloot het Utrechtse twaalftal voor wat betreft de inzet naadloos aan bij de grootste Blauwe motorwagens. Begonnen op de Amsterdamse lijn 4 zijn ze na enige omzwervingen in en kort na de oorlogsjaren over diverse lijnen (8 > 23 > 10 > 3) sterk verbonden geraakt met lijn 5. Ze reden daar van 1947 tot in 1961 - jarenlang in combinatie met de markante Middeninstapbijwagens serie 932-950.
Opmerkingen inleidingDe huidige eigenaar TS heeft de wagen verkregen door overname van de failliete boedel van het Amsterdams Openbaar-vervoer Museum. De 1 behoorde tot de wagens die waren opgeslagen op de sporen van de Museumtramlijn te Amsterdam - de wagen stond gedurende enkele jaren in de open lucht. Tot begin 2014 had de wagen onderdak in bus- en tramremise van BRU te Nieuwegein. Daarna werd hij ondergebracht in Rotterdam. De TS is voornemens de wagen in onderhoud te nemen, teneinde hem in 2018 deel te laten nemen aan de opening van de tramlijn naar de Utrechtse Uithof. De wagen wordt daarvoor voor wat betreft de beschildering en wagennummer tijdelijk in Utrechtse toestand gebracht; GTU 75 dus. De wagen is nadien beschikbaar voor ritten op de EMA-museumtramlijn en op het Amsterdamse tramnet. Reguliere ritten op de Utrechtse tramlijnen zijn vanwege technische aspecten niet waarschijnlijk.
BESCHRIJVING OBJECT
FunctiePersonenvervoer stadstrambedrijven in Utrecht en Amsterdam.
TechniekAEG, 2 x USL 253a2 a 33 KW/h
Bouwwijze
VormUiterlijke kenmerken: Het ontwerp van de tramwagen is gebaseerd op het model dat de Duitse wagonfabriek HaWa (Hannover) in 1919 introduceerde in Nederland. Dit model werd aangeschaft bij de trambedrijven van 's Gravenhage, Groningen (ook als bijwagen) en met afwijkende balkons voor de tramlijn Utrecht-Zeist. De Haagse tram heeft bij HaWa enkele vervolgseries van dit type besteld, zowel stadstrams als iets grotere interlokale trams - de laatste in 1923. De aanschaf in Duitsland kan verklaard worden door de zeer lage prijzen waartegen de Duitse industrie in de jaren na de Eerste Wereldoorlog kon leveren. Toen de Duitse economie zich de volgende jaren gaandeweg herstelde was dat voordeel minder groot. Toen de Haagse tram in 1926 weer nieuwe trams nodig had, werden deze dan ook weer in Nederland gekocht: bij Werkspoor. Die bouwde echter een tram-model HaWa, geplaatst op een door henzelf zelf ontworpen onderstel. Tegelijkertijd bouwde HaWa voor Vlissingen twee tramwagens van een inmiddels beduidend moderner ontwerp. De Haagse Werkspoortram was dus inmiddels verouderd, maar wel goedkoper dan modernere trams. Dat prijsverschil zat vooral in de constructie en uitrusting, zoals een voornamelijk houten in plaats van geheel stalen wagenbak en zogenaamde sleepring-schakelkasten

De Utrechtse tram had in 1927 behoefte aan nieuwe trams van een groter model dan ze tot dan inzetten. Met grotere trams was een goedkopere exploitatie mogelijk. Geld was echter een probleem, dus werd gekozen voor een klassieke goedkope tram. Met het lokale Werkspoor-Zuilen werd een dergelijke tram ontworpen, op basis van de laatste levering aan Den Haag. Het voornaamste verschil zat in de kopvorm. Die werd min of meer gekopieerd van de door Werkspoor voor de Gooische tram gebouwde benzinemotorrijtuigen 3, 5, 7 en 9 (1925). Deze klassieke trams hadden zodoende een modern front, dat bij verbouwingen ook andere Utrechtse tramwagens kregen.
Opvallend was nog de handremmechaniek: een handel die door middel van een kabelstelsel een trommelrem bediende. Een handel in plaats van handremkruk bracht extra ruimte op de balkons.

Utrecht schilderde de nieuwe trams in een voor de Utrechtse stadstram nieuwe kleur: crème met bruine biezen en lichtbruin dak. Ook de wagennummer en opschriften waren bruin. Op elke zijwand stond het gemeentewapen.
: Elektrisch
Opmerkingen beschrijving
WAARDERING OBJECT
Cultuurhistorische waarde
StatusA
MotivatieHet object representeert een aantal belangrijke ontwikkelingen in de geschiedenis van het Nederlandse railvervoer:

Het is de enig overgebleven vertegenwoordiger van het lokale tramvervoer in de kleinere steden in ons land met een eigen gemeentelijk vervoerbedrijf (criterium A1).

Het object representeert als laatste nog bestaande exemplaar de afsluiting van een belangrijke periode in de bouwwijze en vormgeving van tramrijtuigen, waarbij houten wagenbakken met lichtkap werden gebouwd (criterium A1).

Het object is een zeldzaam voorbeeld van de praktijk dat de Nederlandse industrie (in dit geval Werkspoor) een beproefd buitenlands concept van een "standaardtram" aanpast om concurrerend te kunnen aanbieden (criterium A3).

Opmerkingen

Er is discussie geweest over de vraag of dit object in z'n Utrechtse of in z'n Amsterdamse context beoordeeld moet worden. Historisch vertoont de wagen op dit moment een mengvorm tussen de eerste en de laatste Amsterdamse jaren, maar zowel de uit de voordracht als uit navraag bij de eigenaar blijkt dat restauratie ophanden is en dat in principe van een restauratie in de Utrechtse toestand sprake zal zijn als GTU 75. In ieder geval "tijdelijk". Hoe lang dat "tijdelijk" zal duren, is momenteel (juni 2013) nog niet duidelijk.

Het motorrijtuig heeft veel langer in Amsterdam gereden dan in Utrecht. Toch is de beoordelingscommissie van mening, dat het object als Utrechtse tram een duidelijke meerwaarde heeft en een buitengewoon zinvolle aanvulling is op de Collectie Nederland. Het is immers het enig overgebleven exemplaar van de vele tientallen elektrische trams, die buiten de drie grote steden op de kleinere stadsnetten van lokale gemeentelijk trambedrijven hebben dienstgedaan (Groningen, Arnhem, Nijmegen, Utrecht).
Verder zijn er in Nederland nog twee lokale trams uit de kleinere steden bewaard gebleven (NZH A37 voor Haarlem en A 327 voor Haarlem en Leiden), maar daar werd het stadsnet door een streekvervoerder geëxploiteerd (NZH).
Als Amsterdamse tram is het object evenzeer waardevol, maar uiteindelijk toch "een van de vele Amsterdamse trams die bewaard bleef".

Waardering doorBeoordelingscommissie Nationaal Register Railmonumenten
Opmerkingen
Authenticiteit
Status
Motivatien.v.t.
Waardering doorBeoordelingscommissie Nationaal Register Railmonumenten
Opmerkingen
HUIDIGE EIGENDOM
Eigenaar/beheerderMuseum/instelling
CollectieAmsterdam Vervoer-Museum
Opmerkingen eigendom
ILLUSTRATIES
Historische toestandIngevoerd
        Credits
StreeftoestandIngevoerd
        Credits
Opmerkingen illustraties
INFORMATIE OBJECT
Registernummer2.000.0808
Meer informatie bij/via
Opmerkingen informatieTS medewerkers