[Samenvatting:] Carl Frei (1884-1967) begon zijn opleiding al op jeugdige leeftijd bij diverse orgelfabrikanten:
* Wilhelm Bruder Sohne in Waldkirch (1898-1901)
* Gavioli in Waldkirch (1901-1902)
* Gavioli in Parijs (1902-1908)
* Mortier in Antwerpen (1908-1910)
In deze periode bekwaamde hij zich in het vak van orgelbouwer, het maken en intoneren van pijpen,alsmede het arrangeren/noteren van muziek voor draaiorgels.
In 1910 stichtte hij in Antwerpen een eigen orgelfabriek samen met de Belgische orgelbouwers DeVreese en Fasano. In 1912 werd deze samenwerking beëindigd en ging Carl Frei in Antwerpen alleen verder tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Na deze oorlog werkte Frei van 1918-1920 in de orgelfabriek van Alfred Bruder in Waldkirch. In 1920 stichtte hij weer een eigen orgelfabriek, nu in Breda.
In de periode van 1920 tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 werden in deze fabriek (met zeven man personeel)meer dan vijftig orgels gebouwd of verbouwd met het typische Carl Frei-klankkarakter. Dit klankkarakter ontstond door een combinatie van nieuw ontwikkelde registers, een uitgekiende intonatie van de orgelpijpen in combinatie met zijn manier van stemmen. De nieuwe registers waren tot dan toe onbekend in de Nederlandse draaiorgels, zij zijn nog steeds bepalend voor het eigen karakter van de Frei-orgels.
Naast nieuwbouw en verbouw werd in opdracht van de eigenaren veel onderhoud aan bestaande orgels van andere fabrikanten verzorgd. In het interbellum werden veel schlagers uit die tijd (de toenmalige tophits), maar ook andere muziek(marsen, walsen, opera- en operettemelodieën) door Carl Frei gearrangeerd en genoteerd voor de Nederlandse draaiorgels. Dit betrof vooral de categorie straatorgels, maar ook voor de kermisorgels(en in wat mindere mate) voor de dansorgels werd veel muziek geproduceerd.
Naast bestaande muziek van bekende componisten heeft Carl Frei zelf ruim 400 eigen composities specifiek en exclusief voor de draaiorgels gemaakt. Daartoe behoren zowel marsen als Walsen, polka's en mazurka's en niet te vergeten zijn prachtige serenades. Ontelbare hoeveelheden draaiorgelmuziek hebben in die periode de fabriek in Breda verlaten en zijn nu nog steeds regelmatig op de draaiorgels te beluisteren De betekenis van het werk van Carl Frei voor de Nederlandse draaiorgels is onovertroffen.
Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog betekende het einde van de orgelfabriek in Breda. Na het einde van de oorlog vestigde Carl Frei zich weer in Waldkirch en richtte hij ook daar weer een eigen orgelfabriek op. Tot aan z'n overlijden in 1967 heeft Carl Frei in z'n eigen fabriek gewerkt. De fabriek is voortgezet door zijn zoon Carl Frei Jr. en heeft voortbestaan tot diens overlijden in 1997
Lees volledige tekstHistorische context driewielige houten duwwagens zijn specifiek ontworpen
en gebruikt voor het transport van straatorgels
Normaal gebruik van +/- 1890 - +/-1970
Samenvatting